Eigenaren & Bewoners – Oeverstraat 32

1582 – circa 1678 De Wijborghen
Verschillende generaties van de familie Wijborgh bewonen het huis vanaf 1582. Claes Wijborgh wordt in 1582 genoemd als belendende eigenaar van een (woon)huis en hofstede dat te situeren valt op de plek Oeverstraat 34 / Dijkstraat 2. In 1586 wordt hij wederom genoemd als belendende eigenaar maar dan van het pand dat stond ter plekke van Oeverstraat 34 op de hoek van de Stroostraat (thans Wilhelminastraat). Het huis aangeduid met ‘daer die Swaen uithang’ is waarschijnlijk  een (woon)huis en hofstede met agrarische functie.

Na de dood van Claes Wijborgh komt het huis in handen van twee kinderen: Walraven en Gerrit. Walraven trouwt met zijn buurmeisje Adriana Ijsbrant Jacobsz. In het buurpand De Pellecaen, waarschijnlijk een herberg of brouwerij, woont zijn schoonmoeder. In 1604 sleept zijn schoonmoeder Walraven voor het gerecht wegens schulden over gehaald bier. Vanaf dat moment kan Walraven zijn schoonmoeder niet meer luchten of zien en na de dood van zijn vader (1609) doet hij afstand van De Swaen ten gunste van zijn broer Gerrit. 

Gerrit brengt het geslacht hoger op de sociale ladder. Hij wordt procureur, dijkmeester van de Lekdijk, schepen en burgemeester.  Gerrit overlijdt in 1658. Zoon Nicolaes trouwt in 1640 met een buurmeisje dat woont op Dijkstraat 10. Maar Nicolaes sterft al begin 1643 en het huis komt in handen van zijn tweede zoon Dirck. Hij was wijnkoper in De Swaen en de Oeverstraat 32 heeft zoals eerder gesuggereerd waarschijnlijk als herberg gefungeerd. De eerder genoemde kwestie over niet betaald bier lijkt ook te wijzen in die richting. , schepen en wijnkoper tot zijn dood in 1649. Na de door van Dirck valt het huis toe aan Willem WIjborgh, de derde zoon van Nicolaes. Ook WIllem neemt alle ambten over en wordt schepen en burgemeester van Wijk. Het huis gaat rond 1678 zonder transport over wat betekent dat het huis vererfd is o dat het in een failliete boedel terecht gekomen is. 

Circa 1678- 1693 Quilleame du Rieu, secretaris van Wijk bij Duurstede

Over Quilleaume du Rieu is weinig bekend, heeft weinig sporen achtergelaten, anders dan dat hij secretaris van de stad was en getrouwd was met Adriana Geij. 

1693 – 1713 Joan Bitter

Mr. Joan Bitter was een Arnhemse advocaat met een beruchte persoonlijkheid. Hij verloor zijn eerste echtgenote Bartha Eygels op zee, toen zij onderweg waren naar Batavia. Achtergebleven met vijf kinderen, huwde hij in de kolonie opnieuw met de half Japanse Cornelia van Nijenrode. Dit bleek een ongelukkig huwelijk, waarbij beide partijen jarenlang steggelden om een scheiding. Na terugkeer in de Nederlanden wordt hij enkele malen burgemeester in Wijk bij Duurstede. 

Over Joan Bitter is veel te vertellen. Er is zelfs een boek over Joan Bitter geschreven, waarin het huis Oeverstraat 32 wordt genoemd. Alleen weet de auteur niet dat het om Oeverstraat 32 gaat. Het boek ‘Bitter Bruid’ van Leonard Blussé heeft nog een literaire prijs gewonnen.

1713 Johan van Sandick, regent, burgemeester Wijk bij Duurstede

De familie Van Sandick behoort tot de economische bovenlaag van de Wijkse bevolking. Johan sterft al in 1716 als gevolg van een val van zijn chaise (sjees, hoog tweewielig rijtuig). Hij was burgemeester van Wijk bij Duurstede en regent van het Ewoud- en Elisabeth Gasthuis aan de Oeverstraat. De vader van Johan, Jacob, verdiende zijn geld in de slavenhandel in Suriname. Ook andere Wijkse notabelen verdiende hun geld in de slavenhandel en de Oeverstraat 32 werd dus gefrequenteerd door slavenhandelaars en mensen die hun kapitaal dankten aan de handel in mensen!

1725 – 1753 Hermine van der Wall

In 1725 verkopen de erfgenamen van Van Sandick het pand aan Hermine van der Wall. Zij woont dan al enige jaren in het pand, want zij betaald al vanaf 1723 familiegeld (een soort vermogensbelasting). Hermine is een welgestelde weduwe die na het overlijden van haar man Benjamin Perné, domheer en drost voor prins Willem III, naar Wijk verhuist.

1753 – 1761 Abraham van Senden, schepen, burgemeester Wijk bij Duurstede

Na de dood van Willem III brak weer een stadhouderloos tijdperk aan en probeerden de Staten van Utrecht weer meer greep te krijgen op de stadsbesturen. Zo werd Abraham van Senden in 1720 door de Staten in het stadsbestuur van Montfoort gekatapulteerd. Abraham had rechten gestudeerd en was in 1717 gepromoveerd aan de Universiteit van Utrecht met een proefschrift in het latijn van vijftien pagina’s. In 1728 wordt Abraham hoofdofficier of schout in Wijk bij Duurstede, alwaar hij in 1742 burgemeester wordt. Een van de belangrijkste emolumenten verbonden aan de functie bestond uii belastingvrijheid op wijn en andere middelen. TOen het stadhouderloze tijdperk in 1747 voorbij was en Abraham onder stadhouder Willem IV viel, werd hij uit de Wijkse raad verwijderd.
Toen Abraham van Zenden in 1753 naar Oeverstraat 32 verhuisde, ging hij zoals zoveel ouderen dat doen ‘wat kleiner’ wonen. Voordien woonde  hij in huize Het Klooster in Wijk, het tot een riante woning omgebouwde dormitorium van het voormalige dominicanessenklooster Maria Magdalena, op de plek waar thans de katholieke kerk en het parkeerterrein van het Walplantsoen is gevestigd. Hij verkocht dat huis in 1752 voor het astronomische bedrag van 11.000 gulden. Ter vergelijking: grote huizen zoals Oeverstraat 32 brachten een bedrag op van rond 1500 gulden! Abraham sterft in 1761, oud 66 jaar.

1761 – 1772 Johannes van IJsseldijk en Catharina van Senden

Het huis Oeverstraat 32 kwam toe aan Abrahams dochter en schoonzoon. Johannes was predikant in Utrecht en Van IJseldijk en zijn vrouw woonden o.a. aan de Nieuwegracht in Utrecht. Zij hebben waarschijnlijk niet in de Oeverstraat gewoond, maar verhuurden het huis. 

1772 – 1788 Joost Dirk Keer, predikant

De nieuwe eigenaar die in het transport van 1772 wordt genoemd is predikant Joos Dirk Keer. Keer was bijna zijn gehele werkzame leven predikant te Ravenswaaij, aan de overkant van de Lek. Hoe kwamen zij in Wijk terecht? De Betuwe aan de overkant werden gedurende eeuwen met regelmaat geteisterd door (zigeuner)bendes. Al vanaf de 16e eeuw werden zij opgepakt, afgeranseld, gebrandmerkt, verwijderd of opgeknoopt. Ravenswaaij in de Nederbetuwe, aan de overkant werd in de winter van 1752/53 opgeschrikt door een golf van inbraken. O 16 maart 1753 was dominee Joost Dirk Keer de klos en werd hij bestolen door middel van huisbraak. De schrik zat er goed in. In 1758 huurt hij een huis in Wijk en in 1772 komt de Oeverstraat 32 in handen van de predikant. Waarschijnlijk is het huis in 1788 overgegaan in andere handen. Joost Dirk Keer blijft predikant in Ravenswaaij tot 1785.

circa 1788 – 1807 Jan Hendrik baron van Lynden van Lunenburg

Rond 1788 gaat het huis over in andere handen. Mogelijk is het verkocht of via erfenis verkregen. De nieuwe eigenaar is de jonge baron Jan Hendrik baron van Lynden van Lunenburg, een nijvere baas en politiek zeer actief. Jan Hendrik grossierde welhaast in openbare ambten en commissariaten en zou 60 jaar lang in de politiek actief blijven. Hij gebruikt de Oeverstraat 32 als pied-a-terre.
Zijn carrière start in 1788, wanneer hij door Willem V wordt benoemd tot hoofdofficier van Wijk. Een aanstelling die hij ongetwijfeld via zijn vader had verkregen. Balthazar van Lynden was vertrouweling van de prins. Wijk was het jaar daarvoor nog door stadhouderlijke troepen ingenomen vanwege het patriottistische gewoel aldaar. Jan Hendrik was prinsgezind en vormde een tegenwicht in het stadsbestuur om de belangen van de stadhouder te behartigen. 

Zeer waarschijnlijk heeft Jan Hendrik Oeverstraat 32 in late Lodewijk XVI aangepast. En wel om de volgende reden. In het huis komt in een slaapkamer op de verdieping aan de voorzijde het wapen van David van Bourgondië voor. Waarom plaatst iemand het wapen van David van Bourgondië in zijn huis? Voelde onze jonge baron zich een beetje de opvolger van de meest illustere figuur uit de geschiedenis van Wijk? Archaïsch gekeken was hij als hoofdofficier /  schout in feite de substituut van de heer van Wijk. Bovendien kreeg Jan Hendrik vanaf 1792 kasteel Duurstede van de stad in erfpacht voor het schamele bedrag van 2 gulden en tien stuivers per jaar. Hij was dus ook eigenaar van het kasteel met zijn bourgondische toren. In de Bourgondië kamer van De Swaen is het wapen van David van Bourgondië terug te vinden. Het wapen dateert van rond 1460, is origineel en wordt spolia genoemd. Het wapen is bewust onttrokken aan de ruïne van het kasteel en verwerkt in de schouw van de kamer op de eerste verdieping.

Frappant detail uit het leven van Jan Hendrik is nog dat onder koning Lodewijk Napoleon er naar gestreefd werd om oude godshuizen die tijdens de Reformatie aan de katholieken waren ontnomen the restitueren en terug te geven. In Wijk hadden de katholieken ook recht op de oude Grote Kerk. De protestantse landdrost Jan Hendrik baron van Lynden Lunenburg was met de affaire belast. Hij heeft de kwestie zo lang mogelijk laten liggen, informeerde de katholieken onvoldoende en gaf uiteindelijk een negatief advies aan de minister. Het gevolg was dat katholieken tot nieuwbouw over moesten gaan. Zo verrees in de hoek van de Klooster Leuterstraat, aan het einde van de Oeverstraat, een katholiek hoekje en verdwenen hierdoor enkele eeuwenoude kloostergebouwen.

1807 – 1836 Cornelis Tellegen, wijnhandelaar en zijn dochters

Oeverstraat 32 werd in 1907 verkocht aan Cornelis van Tellegen. De naam Tellegen & Pels is bij de WIjkse bevolking bekend als onderdeel van Tellegen & Pels, een eeuwenoude wijnhandel, die to voor enkele decennia nog bestond en aan de Markt gevestigd was. Zoon Cornelis zette de wijnhandel van zijn vader voort en was daarnaast ook schepen en ontvanger van de Rijntol, dezelfde functie die enkele leden van het geslacht Wijborghs nog hadden uitgeoefend. 

Cornelis treed in in 1780 in het huwelijk met zijn buurmeisje Maria de la Faille en zij krijgen twee dochters. Zij wonen in de Overstraat tot hun door, waarna de jongste dochter de wijnhandel van haar vader voortzet, tot zij in het huis sterft in 1835. Het huis komt dan in handen van haar oudere zus die het huis in 1836 verkoopt aan jonkvrouw Ignatia Beelaert van Blokland. 

1836 Jonkvrouw Ignatia Beelaerts van Blokland en Ernst Hendrik baron van Ittersum

Ernst Hendrik baron van Ittersum was een bekwaam rechtsgeleerde, kantonrechter te Wijk bij Duurstede. In mei 1836 trouwt hij met jonkvrouw Ignatia Beelaert van Blokland, die het huis in handen heeft gekregen. Zij en Ernst gingen in het huis wonen, samen met drie dienstbodes. Na de dood van Ernst Hendrik bleef weduwe Ignatia nog ongeveer negen maanden in het huis wonen. In 1853 vertrok zij met haar zoon naar Utrecht. De jonkvrouw verhuurde het huis daarna aan enkele Wijkse burgervaders.

1855 – 1859 Het gezin Fock, Cornelis Fock, burgemeester van Wijk bij Duurstede

Cornelis Fock huurde Oeverstraat 32 tijdens zijn burgemeesterschap van Wijk tussen 1855 en 1859. Cornelis wordt geboren in Amsterdam als zoon van Abraham Fock, president van de Nederlandsche Bank. Al op 25 jarige leeftijd wordt hij burgervader van Vreeland en Nigtevecht. In 1855 wordt hij burgemeester van Wijk, waar sinds de Aprilbeweging van 1853 slaande ruzie heerste tussen katholieken en protestanten. Doortastend en energiek wist Fock de rust te herstellen -ten koste van de katholieken- en slaagde hij er zelfs in de begroting weer sluitend te maken. Focks succes als burgemeester leidde tot zijn benoeming in Haarlem (1859). Hij schopt het tot burgemeester van Amsterdam (1866), waar een zwak bewind een krachtige hand werd vereist. Hij reorganiseert de secretarie en overtollige ambtenaren werden ontslagen. Hij bezorgt de HBS een nieuwe behuizing en reorganiseert het onderwijs aan het Athenaeum Illustre. Tegelijkertijd heeft hij een moeizame relatie met het conservatieve kabinet Van Zuylen, die hem binnenskamer typeerden als die ‘roode kanker’ of ‘kleine kwast’. In 1868 krijgt de burgemeester de leiding over het departement van Binnenlandse Zaken. Thorbecke formeert het kabinet Van Bosse-Fock en als minister loodst hij tientallen liberale wetsvoorstellen over door de kamer: afschaffing van het cultuurstelsel, het dagbladzegel, de doodstraf, openbare straffen en vervoer belemmerende bepalen. Hij verlaagde het census voor het kiesrecht en herschikte de kiesdistricten ten gunste van de liberalen. In 1871 wordt hij gekozen als lid van de Tweede Kamer. 

Cornelis Fock huwde in 1854 met Maria Anna Uijttenhoven. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 1 dochter geboren. De twee oudste zonen werden in de Oeverstraat 32 verwekt en geboren. De dochter trouwt met Jan Willem Cornelis van Tellegen, die later burgemeester van Amsterdam werd en dezelfde stamvader had als de Tellegen uit Wijk bij Duurstede.

1860 – 1870 Het gezin De Pesters, burgemeester Wijk bij Duurstede

De nieuwe burgervader van WIjk na Cornelis Fock betrok hetzelfde huis. Nog steeds was Ignatia van Beelaerts de eigenaresse van het pand. Gerard de Pesters was burgemeester van Wijk van 1860 tot 1870. Hij was nog vrijgezel toen hij de Oeverstraat betrok. In juni 1860 trouwt hij in Cothen met de op ridderstad Rhijnestein woonachtige Paulina Johanna Maria van Beek Calkoen. Zij overlijdt al in 1865. Nog voordat de burgervader uit Wijk vertrekt trouwt hij er voor een tweede keer.  

1860 – 1892 Jan Dirk Hattink en Elisabeth Erkelens

Na het vertrek van Carel de Pesters verkocht de weduwe van Ernst Hendrik van Ittersum het huis. De nieuwe eigenaar werd Jan Dirk Hattink, afkomstig uit Amsterdam. Jan had zich in Wijk gevestigd als drogist. Hij was getrouwd met Elisabeth Erkelens uit Rotterdam en het paar had al drie kinderen toen het na de koop van Oeverstraat 32 naar het nieuwe adres verhuisde. In huize de Swaen werd het gezinsgeluk meteen verstoord door de dood van baby Anna Maria. Na de dood van  Jan Dirk Hattink verkochten de erven het huis.

1892 – 1896 Johannes Lambertus Kien

De volgende eigenaar werd Johannes Lambertus Kien. Kien heeft er nooid gewoond en kocht het huis waarschijnlijk als beleggingsobject. Het huis werd verhuurd. Kien verkocht Oeverstraat 32 in 1896 aan de Wijksche Bank, die in dat jaar werd opgericht. 

1896-1910 De Wijksche Bank

De nieuwe bank werd geleid door Hendrik Gerlings uit Amsterdam. Hendriks kwam in 1896 alleen in het huis te wonen. Maar nu hij een kooitje had kwam het vogeltje snel (schrijft de onderzoeker). Op 4 april 1899 trouwt hij met Jeanette van Haffen uit Schiedam. Blijkbaar heeft het verse paar een huwelijksreis gemaakt, want Jeanette komt op 21 april 1899 in Wijk wonen. In 1907 heeft Hendrik het wel voor gezien in Wijk en genoeg van het bankwezen. Hij wordt uitgeschreven en wordt elders uitgever.

De Wijksche Bank blijf eigenaar en verhuurd het huis aan ondere andere belastingambtenaar Jan Korver Kramer en zijn vrouw.

1910 De familie Van Roosmalen

De Wijksche Bank heeft het huis rond 1910 verkocht aan Jacobus Gijsbertus van Roosmalen, manufacturier te Wijk bij Duurstede. Hij stierf in 1922. Zoon Franciscus Joseph van Roosmalen, kleermaker en koopman, erfde het huis, maar gaat er pas in 1933 wonen. In de tussentijd is het dus verhuurd geweest. De kleermaker en koopman gebruikte het pand onder andere als magazijn. Het is goed mogelijk dat de gemetselde bakken in de kelder uit die tijd dateren. Na de dood van Franciscus werd Josephus Ignatius Gijsbertus van Roosmalen de volgende eigenaar. Deze manufacturier uit Bemmel (aan de overkant van de Lek) doet het huis in de verkoop. In 1960 kocht brandstoffenhandelaar Adrianus Johannes Dikker het huis.

1960- 1982 De familie Dikker

De familie Dikker is van origine een oud boerengeslacht en afkomstig uit de Achterhoek, onder Doetinchem. Het goed of stamerf “Dicker” moet liggen tussen Doetinchem en het kasteel “Ter Borch”. De naam Dikker stamt van “Dyker” uit 1741. De familie Dikker woonde in Arnhem en had daar een kolenzaak. Anton Dikker en Wilhelmina (Mina) Servaas werden waarschijnlijk door armoede gedwongen elders emplooi te vinden. Begin 1900 was er een stroom  van mensen uit Lobith en uit de Over-Betuwe richting het rijke westen. Anton en Mina Dikkers kochten rond 1905 de kolenhandel van Kok aan de Lekdijk in Wijk bij Duurstede en probeerden daarmee brood op de plank te krijgen voor hun acht kinderen: Jan, Door, Cor, Mien, Joop, Henk, Piet en Anton.

De kolenhandel ging in de tijd met paard en wagen en bestond goeddeels uit een scheepsvracht (zo’n 3 schepen van 120 ton). Het paard stond in de lage schuur onder Lekdijk 3. Anton en Mina kochten in 1908 Lekdijk 6 en rond 1917 lieten zij twee huizen naast de kolenschuur bouwen en trokken in Lekdijk 3. Op de voorgevel van Lekdijk 3, om de hoek bij de Oeverstraat, kun je nog altijd zien staan “Dikker Kolenhandel”. De oudste zoon van Anton en Mina is Johannes (Jan). Hij trouwt met  Marie Bouwman, dochter van een bekende Wijkse stadsboer, kruidenier, verzekeringsagent fruit pachter en handelaar in alles waar wat aan te winnen zou kunnen zijn. Zijn strijdkreet was “Er zit overal muziek in, al sla je met je pet op een doornenheg”. Jan en Marie krijgen elf kinderen: Miep, Adriaan, Riet, Thea, Jan, Piet, Kees, Greet, Anton, Corrie en Anneke. Jan en Marie wonen inmiddels op Lekdijk 6, waar ook de meeste kinderen van elf kinderen werden geboren en gaat werken in de zaak van zijn vader. Vanaf 1943 zijn Jan en Marie de huurders van Oeverstraat 32, waar ze met alle kinderen wonen. 

“1943, we wonen dan in de Oeverstraat 32. Hoewel het oorlog is en Nederland bezet door Duitse troepen is het betrekkelijk rustig. In de binnenstad op de Markt zetelt de Artskommendant. Hij nu een beetje de Duitse burgemeester. Op een late avond, alles is rustig. Na 8 uur mocht er niemand meer buiten en de verlichting brand nergens. Plotseling kwam er een stel Duitse soldaten WIjk bij Duurstede binnen rijden. Ze zochten onderdak voor de nacht. Hun gewoonte was een willekeurig groot huis dat hen wel aanstond in beslag te  nemen, zich te laten bedienen en lekker te slapen en de volgende ochtend verder te trekken met alles wat ze gebruiken konden.

Oeverstraat 32 leek hun wel iets. Ze belden luid en duidelijk aan. Mijn moeder rolde geschrokken uit bed. Houd je stil en verberg je zei ze zachtjes. In haar nachtpon opende ze de deur en in het donker zag ze de soldaten staan. Ze hief haar armen omhoog en maakte ze in half Duits en half Nederlands duidelijk, dat er schreckliche, ansteckende krankheid heersten. Viele sehr kranke menschen im hause verpleegd werden. Het huis binnen was levensgevaarlijk. Als hazen verdwenen ze in het donker.”

Miep Dikker, opgetekend door Lodewien Dikker en Rob Willems (jaar) 

In 1960 koopt Adriaan, de oudste zoon van Jan en Marie, Oeverstraat 32. Zijn ouders Jan en Marie verhuizen later naar de Zandweg in Wijk. Adriaan en Lodewien Dikker hebben tot 1985 in de Oeverstraat gewoond.

1982 – 2013 Tim Lakeman

Van Dikker gaat het huis in 1982 over naar Tijmen Leonard Lakeman, broer van bedrijven onderzoeker Pieter Lakeman. Tim Lakeman werd geboren op 6 maart 1946 in Amsterdam en overlijdt op 11 februari 2016 in Wijk bij Duurstede. Hij was adviseur van ondernemingsraden. 

2013 – 2019 Jac Sandberg

2019 – heden Gertje van Roessel en Wijnand Jongen